theme_low_nl.jpg
navigation_hor.gif
wp66c4f79a.png
wpc93c757f.png
wp6ae220f8.png

wp433bb93d.png

wpb0070428.png

wp70b65a1c.png

wpcd57c3be.png

wpb1655a51.png

wp64990778.png

wpd61a112e.png

View this site in English

wp2e1cdf6b.gif
wpd5013b37.gif
wpe515f21e.gif

ontstekingsschakelingen

hoogfrequentvoeding

wisselspanningsvoeding

elektrische schakelingen

basisschakelingen

basisschakelingen
Het elektrisch schema van een warmtelamp is gelijk aan dat van een normale gloeilamp: Een gelijk- of wisselspanning wordt direct op de beide aansluitingen van de lamp aangesloten. Hoogstens wordt nog een aan/uit-schakelaar of een zekering in serie met de bron opgenomen. In zeldzame gevallen werd een gloeilamp

en48x32.gif

extralicht/zonvervangers/ elektrische schakelingen

wp8e22e2d8.png
wpccec3fff.png
wpe97e7057.jpg

gebruikt met twee gloeidraden van bijvoorbeeld 100- en 150 Watt die door een drie-standen schakelaar ofwel ieder individueel ofwel beide parallel geschakeld konden worden. Bij parallelschakeling komt het totale vermogen dan op 250 Watt. Het elektrisch schema van een hoogtezon is in essentie een serieschakeling van twee

koolspitsen of een gasontladingsbuis met een weerstand. Deze weerstand is noodzakelijk omdat het geleidend vermogen van de vonkboog van een booglamp of een gasontladingsbuis toeneemt naarmate de stroom groter wordt. Bij voeding vanuit een bron met constante spanning ontstaat hierdoor een vicieuze cirkel omdat een groter geleidend vermogen (= een lagere weerstand) op zijn beurt weer een toename van de stroom veroorzaakt. Zonder maatregelen om de stroom te beperken, zou deze cirkel eindigen in vernietiging van de ultravioletbron, de voeding of beide. Om de stroom I te beperken, wordt daarom in serie met de voeding met spanning U een belasting opgenomen waarvan de weerstand R onveranderlijke is of juist groter wordt bij toenemende stroom. De stroom wordt daarmee volgens de wet van Ohm (zie infrarood-emissie) begrensd tot de kortsluitstroom I = U/R. Het vermogen dat in de weerstand wordt gedissipeerd is maximaal U x I, het produkt van spanning en stroom. Bij een voedingsspanning 230 volt en een gewenste werkspanning over de ontladingsbuis van bijvoorbeeld 55 volt bij een stroom van 1,4 ampère hoort dan een serieweerstand van (230-55) V/ 1,4 A = 125 Ohm met een vermogen van (230-55) V x 1,4 A = 245 Watt. De ontladingsbuis dissipeert in dat geval 55 V x 1,4 A = 77 W. Bij deze methode van stabilisatie wordt dus driekwart van het toegevoerde vermogen in de weerstand gedissipeerd met als enig doel de stroom door de ontladingsbuis te beperken. Dit vermogen gaat verloren als infrarode straling en de gedachte om deze straling nuttig in te zetten als onderdeel van de ultraviolet-therapie ligt dan ook voor

wpfad0f4db.jpg

de hand. De serieweerstand kan verschillende fysieke vormen aannemen, afhankelijk van zijn al dan niet gewenste infrarode straling. Als de infrarode straling niet gewenst is, is de weerstand doorgaans uit het zicht aangebracht en is zijn dimensionering zodanig dat er niet of nauwelijks sprake is van gloeien. Als de infrarode

wp4608c722.jpg

straling wel gewenst is, is de weerstand in het zicht aangebracht en zodanig gedimensioneerd dat deze juist wel gaat gloeien. Als

weerstandsdraad wordt vaak gebruik gemaakt van een legering van ijzer, chroom en aluminium. Deze legering wordt in de handel gebracht onder de naam Kanthal en heeft als eigenschap dat het onder atmosferische omstandigheden tot gloeien is te brengen zonder dat verdamping van het materiaal optreedt. Een oorspronkelijk veel

voorkomende uitvoering bestond uit een gloeidraad van Kanthal, gewonden om een keramische drager. Later werden vaak

wpddc602d7.jpg

kwartselementen gebruikt. Een kwartselement bestaat uit een open spoel van Kanthaldraad, omgeven door een holle buis van kwartsglas. Dit kwartsglas is bestand tegen de hoge temperaturen van de gloeiende Kanthaldraad. Het kwarts is meestal melkachtig wit door een produktiewijze waarbij vele minuscule luchtbellen in het kwarts worden

wpf8f13531.jpg

meest eenvoudige uitvoering wordt daartoe de gasontladingslamp eenvoudig overbrugd. Hierdoor komt de volledige voedingsspanning over de kwartsbuizen te staan waardoor deze feller gaan gloeien en infrarode straling van een kortere en, voor therapeutisch gebruik, betere golflengte gaan afgeven. Bij deze constructie is de golflengte van de

wpd027b049.jpg

kwaliteit. Bij iets complexer uitgevoerde hoogtezonnen wordt daarom gebruik gemaakt van meerdere secties kwartsbuizen. Bij enkelvoudig gebruik als infrarood-straler staan beide secties in serie. Bij gecombineerd gebruik met de ultraviolet-straler wordt één van de secties uitgeschakeld. De totale hoeveelheid infrarode straling neemt

daardoor wel af maar de golflengte van de uitgezonden straling blijft ruwweg gelijk. De in de schema’s aangegeven kwartsbuissecties kunnen in de praktijk, uit oogpunt van dimensionering of esthetiek, op hun beurt weer bestaan uit twee in serie geschakelde elementen. Elektrisch maakt dit geen verschil. In

wpa0f64974.jpg

de jaren 70- en 80 van de 20e eeuw zijn een aantal hoogtezon modellen op de markt geweest onder de soortnaam "impuls hoogtezon". De kenmerkende eigenschap van deze hoogtezonnen was een sterk verkorte behandeltijd. Dit werd bereikt door de stroombegrenzingsweerstand van de ontladingsbuizen gedurende enkele tot

nut van gecombineerde ultraviolet- en infrarood bestraling is niet onomstreden. De effectiviteit van een ultraviolet bestraling wordt niet aantoonbaar positief beïnvloedt door een gelijktijdige infrarood bestraling. Voor bestrijding van huidaandoeningen kan de additionele infrarood bestraling zelfs hinderlijk zijn omdat deze een korte bestralingsafstand in de weg staat. Voor andere medische indicaties werkt de extra warmte op zijn best comfortverhogend, dit temeer omdat de golflengte van infrarode straling als bijprodukt van een stroombegrenzer gebaseerd op een Kanthal- of kwartselement meestal langer is dan voor therapeutische toepassing gewenst is. Kanthal heeft bijvoorbeeld een maximale werktemperatuur van zo'n 1400K waardoor het bijbehorende zwaartepunt van de uitgezonden straling rond 2100 nanometer

wpc3201bdb.jpg

maximaal een tiental seconden te verminderen waardoor een sterke stralingstoename ontstond. De buis kon een dergelijke overbelasting maar kort volhouden en werd daarom door een handmatig te bedienen pulsgever aangestuurd. Het therapeutisch

ligt. Een Kanthal element is daardoor minder geschikt voor therapeutische toepassing dan bijvoorbeeld een speciaal voor infrarood-therapie ontworpen gloeilamp met een werktemperatuur van 2900K en een bijbehorend golflengtemaximum van rond de 1000 nm. Voor cosmetisch gebruik is de infrarode straling van een Kanthal- of kwartselement nog wel te gebruiken, iets wat veelal ook in de gebruiksaanwijzing wordt aangegeven. Behalve een

wpd92205bf.jpg
Quarzlampen.jpg

Kanthal element kan ook een gloeilamp gebruikt worden als stroombegrenzer voor een ontladingsbuis. De temperatuur van een gloeilamp mag verder oplopen dan die van een Kanthal element waardoor een voor therapeutische toepassingen betere kwaliteit infrarode straling verkregen wordt. Een bijzondere variant van een dergelijke configuratie is de

zogenaamde menglichtlamp waarin een gasontladingsbuis direct in serie met de gloeidraad van een gloeilamp is gemonteerd en wel binnen de glasballon van de gloeilamp. Doorgaans zijn de

wpf1f52eb8.jpg

infrarood- en ultraviolet elementen van een menglichtlamp niet afzonderlijk te gebruiken maar de Philips Biosol 11911/28 vormde hier een uitzondering op. De gasontladingsbuis en de gloeidraad waren bij deze hoogtezon weliswaar in één glasballon ondergebracht maar de aansluitingen werden via een driepolige voet naar buiten gevoerd. Hierdoor was het mogelijk om de ontladingsbuis naar keuze in serie te schakelen met de gloeidraad of met een aparte, in de voet van het armatuur aangebrachte, voorschakelbelasting.

wisselspanningsvoeding
Een gasontladingsbuis werkt niet zondermeer op wisselspanning omdat de geleiding tussen kathode en anode een polariteitsgevoelig proces is. Dit kan worden opgelost door te werken met twee anodes die beurtelings een deel van de stroom voeren, de één tijdens het positieve deel van de wisselspanning, de ander tijdens het negatieve deel ervan. Ook kan een ontladingslamp specifiek worden ontworpen voor een wisselstroomvoeding waarbij beide elektrodes ieder beurtelings een halve periode de kathode en de andere halve periode de anode vormen. De meeste hoogtezonnen met hogedruk kwikdampontladingslampen werken volgens dit principe evenals TL-buizen die in bijvoorbeeld gezichtsbruiners worden toegepast. Bij koolspitsen zoals die in booglampen worden toegepast, zijn de bindingskrachten die de koolstofatomen in hun rooster gevangen houden relatief gering. Door de hoge temperaturen die in een boogontlading optreden, ioniseren en verdampen de koolspitsen daardoor geleidelijk. Het materiaalverlies is het grootst op de spits van de anode waar de temperatuur door het voortdurende elektronenbombardement het hoogst oploopt. Een deel van de losgeslagen en veelal geïoniseerde koolstofatomen zal daarbij neerslaan op de iets minder hete kathode. De hierdoor ontstane

ingesloten. Vaak is een met kwartsbuizen gecombineerde hoogtezon voorzien van de mogelijkheid om de gasontladingsbuis uit te schakelen en alleen de kwartsbuizen te laten branden. In de

infrarode straling bij gecombineerd gebruik met de ultraviolet-straler dus langer en, voor therapeutische toepassing, van mindere

wp1172c84b.jpg
wp2cdd7e5a.jpg

krater in de anode en de min of meer spits toelopende kathode zijn typisch voor een gelijkspanningsgevoedde booglamp waarbij de anode ongeveer tweemaal zo snel wegbrandt als de kathode. Om te zorgen dat de boogontlading gelijkmatig blijft verlopen, is het belangrijk dat de krater in de anode min of meer in het midden blijft. Om dat te bereiken, kan een anodestift met een holle kern of met een kern van een zachtere koolstofsoort worden gebruikt. De zachtere kernvulling kan dan tevens eenvoudig verrijkt worden met

metaaldeeltjes die van invloed zijn op het spectrum van de uitgezonden straling. Voor een verhoogde afgifte van ultraviolette straling wordt de kern bijvoorbeeld verrijkt met ijzer. De kathode hoeft niet hol te zijn maar moet wel vervaardigd zijn van een koolstofsoort die gemakkelijk een grote hoeveelheid elektronen kan leveren zonder daarbij te heet te worden. Bij gebruik van een wisselspanningsvoeding wordt gebruik gemaakt van twee identieke stiften van eenzelfde samenstelling als de besproken anodestift. Bij voeding vanuit een wisselspanningbron kan, in plaats van een weerstand, ook een spoel of een transformator worden gebruikt om de stroom te begrenzen. Het in de spoel of transformator gedissipeerde vermogen is doorgaans lager dan bij gebruik van een weerstand zodat een hoger rendement kan worden bereikt. Daar staat tegenover dat spoelen en transformatoren die effectief moeten zijn bij de gangbare lage wisselspanningsfrequenties van 50 (Europa) of 60 Hertz (Amerika) relatief kostbaar zijn. Door een transformator echter handig te plaatsen (in de voet van een tafelmodel bijvoorbeeld) kan weer noodzakelijk materiaal worden uitgespaard om het armatuur te stabiliseren. Voor wisselspanningsgevoede TL-verlichting is het lonend gebleken om de frequentie van de wisselspanning hoger te kiezen dan de gebruikelijke 50 of 60 Hertz. De belastingsspoel of -transformator hoeft dan aanzienlijk lichter en goedkoper te worden uitgevoerd om toch de gewenste stroombegrenzing te bewerkstelligen. In schepen, vliegtuigen en bedrijfsinstallaties werden en worden daarom verlichtingsnetten met frequenties tot ca. 400 Hz toegepast. Het gebruik van spoelen of transformatoren als ballast is beperkt tot wisselspanningsgevoede circuits. Gloeilampen en weerstanden (waaronder dus ook kwartsbuizen) laten zich daarentegen in zowel gelijk- als wisselspanningsconfiguraties toepassen. Om in beide gevallen vergelijking mogelijk te maken, wordt een wisselspanningsvoeding gekarakteriseerd door zijn effectieve waarde. De effectieve waarde van een wisselspanning met amplitude x is de waarde y waarvan een gelijkspanning met

wp709d6069.jpg

deze waarde hetzelfde vermogenseffect heeft als de wisselspanning. Onze bekende wisselspanning van 230 volt is bijvoorbeeld zo'n effectieve waarde en het electriciteitsnet levert in feite een sinusvormige wisselspanning met een amplitude van 325 volt welke hetzelfde vermogenseffect geeft als een gelijkspanning van 230 volt zou doen. Bij

hoogfrequentvoeding
Ballastspoelen en -transformatoren kunnen klein worden houden door gebruik te maken van omvormers. De laagfrequente wisselspanning wordt dan eerst gelijk gericht en van deze gelijkspanning wordt vervolgens door een oscillatorcircuit weer een wisselspanning gemaakt met een veel hogere frequentie dan de oorspronkelijke. Met deze hoogfrequente wisselspanning worden de spoel en de gasontladingslamp gevoed. De spoel of transformator kan daarbij aanzienlijk kleiner en lichter worden uitgevoerd om hetzelfde stroombegrenzende effect te sorteren. Dit soort circuits zijn echter doorgaans te duur om toegepast te worden in gezichtsbruiners en hoogtezonnen voor particulier gebruik en de daarin toegepaste gasontladingsbuizen zijn daarom meestal gehouden aan de gangbare lagere netfrequenties. Een bijzonder vorm van hoogfrequentvoeding is ondermeer toegepast in hoogtezonnen van het merk Sun-Kraft. Deze firma had zich

wp17cc7576.jpg

gespecialiseerd in hoogtezonnen met contactloze gasontladingsbuizen. In de buizen werd een glimontlading opgewekt door ze in een elektromagnetisch veld te plaatsen. Het veld werd gegenereerd door een oscillator en de gasontladingsbuis bevond zich binnen het door de oscillator opgewekte veld. Omdat elektrodes overbodig waren, was de levensduur van deze ontladingsbuizen vrijwel onbeperkt zolang er geen mechanische breuk optrad.

ontstekingsschakelingen
Om een boogontlading in stand te houden, moet de kathode van een gasontladingslamp grote hoeveelheden elektronen uitstoten. Hiervoor is het nodig dat de kathode plaatselijk of in zijn geheel zo heet wordt dat een thermische emissie van elektronen op gang komt. Deze thermische emissie kan worden opgewekt door de ontladingsbuis via een voldoende kleine voorschakelweerstand aan te sluiten op een voedingsspanning en dan te wachten tot een spontane donkere ontlading via glimontlading overgaat in een boogontlading (zie ultraviolet-emissie). Dit proces is echter slecht voorspelbaar en kan, als het al lukt, geruime tijd in beslag nemen. Meestal wordt de boogontlading daarom geforceerd gestart en er zijn in de loop der tijd vele ontstekingsmechanismes beproefd en toegepast.

wp275e6a62.jpg

gebruik van een wisselspanningsvoeding biedt de toevoeging van een diode de mogelijkheid om het eerder genoemde nadeel van het fellere branden van de kwartsbuizen bij overbrugde ultraviolet-

straler te ondervangen. De tekening hiernaast toont het elektrisch schema van een Philips HP3111, een wisselspanningsgevoede hoogtezon met één kwartsbuissectie, bestaande uit twee, in serie geschakelde, kwartsbuizen. De in deze hoogtezon gebruikte diode zorgt er voor dat er in de infrarood mode slechts gedurende de positieve helft van de wisselspanningsvoeding stroom door het circuit loopt. Hierdoor blijft het gedissipeerde vermogen in de kwartsbuizen in de infrarood mode ongeveer gelijk blijft aan dat in de gecombineerde mode en wordt het gebruik van een extra kwartsbuissectie vermeden. De weerstand links van de

gasontladingsbuis dient voor het ontsteken ervan en zal worden toegelicht in de paragraaf over ontstekingsschakelingen.

vlamboog.jpg

contactontsteking
De meest basale startmethode was die waarbij de boogontlading op gang werd gebracht door de temperatuur van de elektroden kortstondig te verhogen. Bij koolstofbooglampen was dit de enige manier om de ontlading op gang te brengen. De uiteinden van de koolspitsen werden zo gedraaid of verschoven dat ze elkaar raakten. De kortsluitstroom bracht vervolgens de spitsen tot

gloeien op de plaats waar de weerstand het grootst was, het raakpunt van beide spitsen.
Bij het voorzichtig weer uit elkaar brengen van de spitsen onstond vervolgens een boogontlading die zichzelf versterkte zodat de spitsen steeds verder uit elkaar konden worden gedraaid, net zolang tot ze hun beoogde werkpositie bereikten. Door verbranding en verdamping van materiaal werd de opening tussen de spitsen langzaam groter en ze moesten daarom van tijd tot tijd weer dichter bij elkaar worden gebracht om te voorkomen dat

de vlamboog zou doven. Bij booglampen die voor verlichtings-doeleinden werden gebruikt, werd vaak een elektromechanische constructie gebruikt om de opening tussen de koolspitsen gedurende het afbranden constant te houden. Omdat de noodzakelijke brandtijd voor een gemiddelde hoogtezon sessie echter relatief kort was (een paar minuten), werd voor deze toepassing meestal volstaan met een handmatige afstelling.

tuimelontsteking
Een vergelijkbare en in de beginjaren van de ontladingsbuis veel toegepaste methode was die van de tuimelontsteking. Een

wpba934baf.jpg
Youtube_Hanau-X22.jpg

ontladingbuis waarvan de kathode bestond uit een kwikpoel werd, nadat de voedingsspanning was aangebracht, met de hand enigszins gekanteld waardoor het kwik in contact kwam met de anode. Door het kwik ging dan een forse kortsluitstroom lopen, slechts begrensd door de voorschakelweerstand. Door de buis nu langzaam terug te kantelen werd de kwikbaan onderbroken en op het punt van het laatste contact ontstond een kleine boogontlading (een vonk). Deze ontlading deed plaatselijk wat kwik verdampen waardoor de dampdruk en de temperatuur in de buis stegen en er een grotere boogontlading in stand kon worden gehouden. Na korte tijd of, indien noodzakelijk, enige extra heen- en weer

bewegingen, bleef de boogontlading, ook als de buis geheel werd teruggekanteld, in stand en stelden druk en temperatuur zich op het werkpunt van de schakeling in.

inductieve ontsteking
Behalve door de elektrodes met elkaar in contact te brengen, kon de initiële boogontlading ook worden ingeleid door het kortstondig

wp712c3407.jpg
wpf4946878.jpg

verhogen van de veldsterkte rond de kathode. Hiertoe was rond de buitenzijde van de buis ter hoogte van de kwikpoel een spoel aangebracht die via een condensator tijdelijk op de voedingsspanning kon worden aangesloten. Bij verbreken van het contact ontstond een spanningspiek en de daardoor kortstondig toenemende

veldsterkte bracht een glimontlading teweeg die vervolgens overging in een boogontlading. In latere ontwerpen startte een drukknop (S in de tekening hiernaast) een relais-oscillator die zorgde voor het herhaald openen en sluiten van de schakelaar zolang de knop werd ingedrukt. De spanningspulsen werd daarbij opgewekt door een kleine

transformator T in serie met de kathode, een methode die ook werkte voor hogedruk ontladingsbuizen zonder kwikpoel.

automatische ontsteking
Een andere ontstekingsmethode welke gebruik maakt van een combinatie van inductieve ontsteking en voorverwarming van de elektroden wordt nog veel toegepast in TL-buizen. Hierbij wordt veelal gebruik gemaakt van een automatische starter die bestaat

wp19f1dd3a.jpg
wp6d2b1e73.jpg

uit een speciaal hiervoor ontworpen kleine gasontladingsbuis S en een condensator C. Direct na het aansluiten van de voedingsspanning U staat, via de spoel L en de beide gloeidraden G, de volledige voedingsspanning van (in Europa) 230 volt over de ontladingsbuis S van de starter. Hierdoor ontstaat in de buis van de starter een glimontlading waarbij de spoel en de gloeidraden de voorbelasting vormen. Door de weerstand van de spoel en de gloeidraden zakt de spanning over de starter tot ca. 200 volt. Omdat de stroomsterkte relatief klein is, worden de gloeidraden nauwelijks verwarmd en is er normaal gesproken nog geen sprake van een gasontlading in de TL-buis T. Deze situatie zou niet

veranderen als niet één van de elektroden van de ontladingsbuis in de starter uit bimetaal zou zijn vervaardigd. Een bimetaal is

wp0a3e0bbd.jpg

opgebouwd uit twee strookjes op elkaar geperst metaal die beiden een verschillende uitzettingscoëfficient hebben. Een recht strookje bimetaal zal daardoor bij verhitting krom trekken en na afkoeling weer in zijn oorspronkelijke vorm terugkeren. Hoewel de warmteontwikkeling in de ontladingsbuis van de starter gering is, is het toch voldoende om het bimetaal te vervormen. De bimetalen elektrode is nu zo opgesteld dat hij bij het krom trekken de andere elektrode raakt

waardoor de starter een volledige kortsluiting gaat vormen. De kortsluitstroom wordt nu alleen nog begrensd door de spoel en de gloeidraden en is zo groot dat deze laatsten tot gloeien worden gebracht. Omdat met de kortsluiting de glimontlading in de starter is gestopt, is de bimetalen elektrode na één tot enkele seconden weer zover afgekoeld dat deze loskomt van de andere elektrode. Ten gevolge van de serieschakeling van de spoel L en de condensator C ontstaat nu in het circuit een stroompuls die de veldsterkte tussen de beide gloeidraden G kortstondig doet toenemen. Gecombineerd met de inmiddels verhitte toestand van de gloeidraden is dit voldoende om een boogontlading tussen de beide gloeidraden van de TL-buis te starten. Omdat de stroom door het circuit nu toeneemt en via de TL-buis gaat lopen, daalt de spanning over de starter tot ca. 160V. De ontladingsbuis S is vervolgens zo gedimensioneerd dat deze spanning onvoldoende is voor het opwekken van een glimontlading die de bimetalen elektrode opnieuw kan doen vervormen en er ontstaat een stabiele situatie zolang de TL-buis brandt. Mocht de TL-buis niet direct ontsteken dan blijft het proces zich herhalen net zolang tot het wel lukt. Dit veroorzaakt het overbekende knipperen en tikken van een defecte TL-buis en het zal, als de voedingsspanning niet wordt afgesloten, pas stoppen als de gloeidraden of de starter het begeven. Een in wezen identiek automatisch ontstekingscircuit werd gebruikt voor het starten van gasontladingslampen zoals in

wpe233edad.jpg
wp8b274576.jpg

de Philips Biosol 11856. Omdat de ontladingslamp van deze hoogtezon, in tegenstelling tot een TL-buis, geen afzonderlijke goeidraden had, werd een extra weerstand R als ballast en kortsluitbegrenzer voor de starter toegevoegd.

wp2fdd9b01.gif

© copyright 2005-2016 - extralicht.nl
v3.33

glimontsteking
Een ook tegenwoordig nog veel gebruikte methode is die van de glimontsteking waarbij gebruikt wordt gemaakt van een tweede, vlak bij de kathode gemonteerde hulpanode. De serieweerstand R2 beperkt de ontlading tussen de kathode en de startanode tot een glimontlading. Deze glimontlading zal gasdruk en temperatuur doen toenemen waarmee de

wp797dcd5d.jpg

ingeleid. De tekening links toont het elektrisch schema van een PMC Capri Super, een wisselspanningsgevoede hoogtezon met één kwartsbuissectie bestaande uit twee kwartsbuizen, een dubbele glimontsteking en een omvalbeveiliging. De omvalbeveiliging bestaat uit een kwikschakelaar, een gedeeltelijk met kwik gevuld glazen buisje met daarin twee contacten die door het kwik met elkaar worden verbonden zolang het buisje zich in horizontale positie bevindt. Het contact

wp4b4690d9.jpg
wp623fab58.jpg

beoogde boogontlading tussen de kathode en de hoofdanode wordt

wordt verbroken zodra het buisje (en de hoogtezon waar het in bevestigd is) teveel overhelt.

Tevens werd een extra condensator C2 toegevoegd die, in combinatie met een zwaardere spoel, een voldoende grote veldsterkte opwekte om de lamp bij het openen van het startercontact te ontsteken.