theme_low_nl.jpg
navigation_hor.gif
wp433bb93d.png

wpb0070428.png

wp70b65a1c.png

wpcd57c3be.png

wpb1655a51.png

wp64990778.png

wpd61a112e.png

wpd5d0fbb1.png
wp16e04963.png
wp4c58e823.png
wp2e1cdf6b.gif

View this site in English

wpd5013b37.gif
wpe515f21e.gif

zonvervangers

extralicht/ zonvervangers

in de sporen van het licht

in de sporen van het licht
Een van de eerste succesvolle medische toepassingen van kunstmatige zonnestraling staat op naam van de Deense

wetenschapper Niels Finsen die reeds in 1893 rood licht gebruikte voor de behandeling van pokken. In 1895 boekte hij ook succes met het gebruik van ultraviolette straling bij de behandeling van lupus vulgaris, een vorm van huidtuberculose. De straling die hij gebruikte, werd opgewekt met een sterke booglamp. Het ultraviolette deel van deze straling bestond voornamelijk uit UV-A en werd geconcentreerd met behulp van een lenzenstelsel waarbij het overtollige licht en de warmte die de booglamp produceerde, werden afgeleid zodat lokale UV-

werk kreeg Finsen in 1903 de Nobelprijs voor geneeskunde toegekend en zijn ultraviolet bestraler werd bekend als de Finsen lamp. Een vroeg patent op een vergelijkbare therapeutische toepassing van kunstlicht werd in 1898 verleend aan Dr. Willibald Gebhardt uit Berlijn. Dit patent betrof de plaatselijke bestraling met geconcentreerd licht, wederom

als de Finsen lamp, gericht ingezet ter bestrijding van o.a. lokale huidaandoeningen en zij markeerden de eerste stappen in de ontwikkeling van specifiek op therapeutisch gebruik gerichte zonvervangers. Met de komst van elektrische verlichting kwam ook het gebruik van lichtbaden in zwang, kasten waarin men zat of lag en die van binnen waren voorzien van booglampen of van gloeilampen. De werking van het lichtbad berustte op een algehele verhoging van de lichaamstemperatuur wat zweten en verhoging van de stofwisseling

bestraling van gevoelige gelaatsdelen mogelijk werd. Voor zijn

en48x32.gif
wp8e22e2d8.png
Finsen.jpg
finsenlamp.jpg
lichtbad.jpg

afkomstig van een booglamp. Dr. Gebhardt's booglamp werd, net

van booglamp naar hoogtezon

van booglamp naar hoogtezon
Was de booglamp de eerste therapeutisch toegepaste elektrische lichtbron, de gasontladingslamp zou de belangrijkste worden. De eerste voor therapeutisch gebruik geschikte gasontladingslampen dateren uit het begin van de twintigste eeuw. Het waren lagedruk kwikdampontladingslampen die door de groenblauwe kleur en lage lichtopbrengst minder geschikt bleken voor verlichtingsdoeleinden. Door de relatief grote hoeveelheid ultraviolette straling die de

lampen evenwel afgaven, waren ze wel geschikt voor de behandeling van huidaandoeningen. Vanaf 1908 kwamen hogedruk kwikdampontladingslampen van kwartsglas op de markt welke een betere lichtopbrengst hadden. Het kwartsglas, noodzakelijk om de hoge druk en temperatuur te kunnen weerstaan, liet een groot deel van de ultraviolette straling door. Voor verlichtingsdoeleinden

bleek dit een nadeel maar het maakte de lampen wel uitermate geschikt als hoogtezon. De kwikdampontladingslampen produceerden meer UV-B dan de eerder gebruikte koolstof booglampen waardoor nieuwe en beter behandelmogelijkheden ontstonden. Met name bij de behandeling van rachitis of Engelse Ziekte zijn hogedruk ontladingslampen zeer effectief gebleken. Tot de eerste decennia van de 20e eeuw was rachitis een veel voorkomende groeistoornis, veroorzaakt door een gebrek aan vitamine D. Toediening van levertraan was in 1918 al effectief gebleken tegen deze ziekte hoewel vitamine D als werkzaam bestanddeel daarin pas in 1922 geïdentificeerd zou worden. In

wp12483cb1.jpg

de warmte van de hoogtezon

de onderverdeling van zonvervangers

over de onderverdeling
Zonvervangers zijn op de volgende sub-pagina's onderverdeeld naar de therapeutische toepassing waarvoor ze het meest gebruikt  

straler dienst doet, enkel als ultraviolet-straler. Merk daarbij op dat zowel stralers met een gecombineerde infrarood- en ultraviolet bron als stralers met slechts een ultravioletbron worden aangeduid met de term hoogtezon. Strikt genomen is ook de menglichtlamp een gecombineerde infrarood- en ultraviolet-straler. Omdat het infrarode- en het

worden. Dus lichtbronnen, infrarood-stralers en ultraviolet-stralers bestemd voor respectievelijk licht-, infrarood- en ultraviolet-therapieën. Zonvervangers die inzetbaar zijn voor meerdere soorten therapie worden dan ook op evenzovele sub-pagina's beschreven met telkens de focus op de betreffende toepassing. Bij de onderverdeling van de bijbehorende armaturen is er in de zonnegalerij voor gekozen om gecombineerde infrarood/ultraviolet hoogtezon-armaturen apart te plaatsen naast de enkelvoudige ultraviolet-, infrarood- en licht-

armaturen. Het argument daarbij is dat armaturen met afzonderlijke ultraviolet- en infrarood-stralers doorgaans op meer manieren te gebruiken zijn. Puur als infrarood-straler, als gecombineerde infrarood- en ultraviolet-straler of, als het infrarood-element niet tevens als voorbelasting voor de ultraviolet-

ultraviolette deel van een menglichtlamp echter zelden afzonderlijk te schakelen zijn en de primaire toepassing gericht is op de werking van de ultraviolet bron, zijn menglichtlampen op deze site te vinden onder de ultraviolet-stralers.

verkeerslicht.jpg
menglichtlamp.jpg

hoogtezon, van arts naar consument

hoogtezon, van remedie naar luxe

van arts naar consument
Hoewel de eerste zonvervangers voor therapeutisch gebruik in essentie aangepaste lichtbronnen waren, zijn de bijbehorende

armaturen vanaf het begin geoptimaliseerd geweest voor het therapeutisch gebruik ervan. Het feit dat de eerste produkten primair gericht waren op professioneel medische toepassingen is hier ongetwijfeld een belangrijke reden voor geweest. De op medisch gebruik gerichte uitvoering en vormgeving vormde de basis voor latere produkten die, met

enige aanpassingen, aan consumenten werden aangeboden voor zelfmedicatie. De meest in het oog lopende aanpassing voor thuisgebruik vormde de algemeen toegepaste uitvoering als tafelmodel. De professionele variant was vaker bedoeld voor plaatsing op een statief. Materiaalgebruik en vormgeving werden pas later geoptimaliseerd voor de

van remedie naar luxe
De hoofdzakelijk medische toepassing van infrarode- en ultraviolette straling dateert vooral uit de periode kort vóór en tussen de beide wereldoorlogen. Na de tweede wereldoorlog veroveren warmtelamp en hoogtezon in hoog tempo ook de consumentenmarkt. In Nederland zijn de stralers vooral tussen 1950 en 1980 erg populair. Daarna neemt de

huiskamer te moeten nabootsen. Als aanvulling op zonvakanties vervullen geavanceerde zonnenabootsers in de vorm van infrarood cabines, zonnehemels en zonnebanken echter nog steeds een belangrijke rol in die gebieden waar de aanwezigheid van onbelemmerde zonnestraling niet altijd vanzelfsprekend is.

belangstelling voor de 'tafellamp' wat af, waarschijnlijk mede door de dan inmiddels algemeen bereikbaar geworden mogelijkheid de zon tegemoet te kunnen vliegen in plaats van deze in de

consumentenmarkt waarna een geheel eigen marktontwikkeling plaatsvond, los van de ontwikkeling van zonvervangers voor strikt medische toepassingen.

Hapro_Sapphire-24-5C~a.jpg
wp6a2bfd9c.jpg
Philips_Infraphil-7526.jpg
vliegtuig.jpg
wpd9f52a5e.gif

© copyright 2005-2016 - extralicht.nl
v3.33

de warmte van de hoogtezon
Een kwikdampontladingslamp geeft naast ultraviolette straling weliswaar ook licht en infrarode straling af maar in verhouding minder dan de zon. Om het natuurlijk zonnespectrum beter te benaderen, werd en wordt de ultravioletbron daarom dikwijls aangevuld met een gloeilamp, een Kanthal element of een andere

infraroodbron. Doorgaans is het daarbij mogelijk de ultraviolet- en de infraroodbron afzonderlijk in- of uit te schakelen, behalve wanneer de infraroodbron tevens gebruikt wordt als voorschakelbelasting. In tegenstelling tot gloeilampen namelijk hebben boog- en gasontladingslampen een negatieve temperatuurscoëfficiënt waardoor de elektrische stroom toeneemt als de temperatuur hoger wordt. Door de hogere stroom zal de temperatuur verdere toenemen en dat gaat door tot de lamp uiteindelijk smelt of verbrandt. Om

dat te voorkomen, moet de stroom door een booglamp of een gasontladingslamp door een voorschakelbelasting begrensd worden. Vaak wordt een weerstand, een spoel of een transformator als voorbelasting gebruikt maar ook een gloeilamp of een andere infraroodbron kan deze taak vervullen. Omdat de beide stralers dan

in serie geschakeld staan, zal de ultraviolet-straler altijd samen met de infrarood-straler actief zijn. In dergelijke configuraties kan de infrarood bron vaak nog wel afzonderlijk gebruikt worden, de ultravioletbron echter niet (zie elektrische schakelingen). De therapeutische kwaliteit van een als voorschakelbelasting gebruikte infraroodbron is soms minder dan die van een infraroodbron die

specifiek ontwikkeld is voor het therapeutisch gebruik ervan maar door de besparing van kosten en gewicht geniet het type hoogtezon met gecombineerde ultraviolet- en infrarood-stralers toch een grote populariteit.

Hanau_PL18.jpg
wp3df4401b.gif
wp3df4401b.gif
wp3df4401b.gif

1919 slaagde de Duitse onderzoeker K. Huldschinsky er voor het eerst in om kinderen met rachitis te genezen door bestraling met kunstmatig opgewekte ultraviolette straling. Melk waarvan het gehalte aan vitamine D door bestraling met sterke hogedruk kwikdamp-ontladingslampen kunstmatig verhoogd was, vormde vanaf 1920 een smakelijker alternatief voor de levertraan. Voor wie het zich echter kon veroorloven bleef een effectievere directe behandeling van de huid met ultraviolette straling te prefereren. Tegenwoordig zijn onze

wp72e10f0e.jpg

leefomstandigheden en voedingsgewoonten van dien aard dat we ook zonder hoogtezon voldoende vitamine D binnenkrijgen maar zeker in de wintermaanden kan een ultraviolet kuur nog steeds een positieve invloed op onze gezondheid uitoefenen.

tot gevolg had. Voor thuisgebruik was men lange tijd aangewezen op petroleum- of gaslampen als therapeutische warmtebron. Rond 1920 kwamen voor dat doel elektrische warmte-elementen beschikbaar. De eerste infrarood-stralers voor therapeutisch gebruik bestonden uit geoptimaliseerde kachels met een hoge restopbrengst aan (voor therapeutisch gebruik ongewenste) langgolvige infrarode straling. Het onderscheid tussen therapeutische infrarood-

wp07a8478b.jpg

stralers en 'gewone' kachels is daarom vaak lastig vast te stellen, zeker als verdere documentatie ontbreekt. Het therapeutisch gebruik van kunstmatige zonnestraling heeft zich verder ontwikkeld in het kielzog van de ontwikkeling van elektrische lichtbronnen, zowel gloeilampen als gasontladingslampen. De zoektocht naar goed produceerbare, goedkope lichtbronnen werd gedreven door een enorme potentiële markt en bewerkstelligde daarmee een industriële inspanning die vanuit louter medische behoefte nooit bereikt zou zijn. De

behoefte aan kunstlicht voor therapeutisch gebruik was er, de speurtocht naar kunstlicht voor huishoudelijk- en industrieel gebruik schiep de mogelijkheid deze behoefte te vervullen.

wp5c2cc469.jpg
wp7ea6c9eb.jpg